Geslacht versus gender

Gender

Bij je geboorte wordt officieel je geslacht vastgesteld: heb je een vagina, dan ben je een meisje. Heb je een penis, dan ben je een jongen. Op je identiteitskaart komt dan een V (vrouw) of een M (man). Het geslacht gaat dus over de lichamelijke verschillen tussen meisjes en jongens. Je kan ook geboren worden met variaties van vrouwelijke en mannelijke kenmerken, dit heet intersekse (X) en komt voor bij ongeveer 1 op 1500 mensen.

Daarnaast bestaat er ook zoiets als gender. Dit betekent ‘sociaal geslacht’ en gaat over sociale rollen en normen voor meisjes en voor jongens. Je genderidentiteit is dan of je je een meisje of een jongen voelt, geen van beide, allebei of nog iets anders. Hoe je je gedraagt, kleedt en toont naar de buitenwereld, heet genderexpressie.

Om deze drie woorden van elkaar te onderscheiden, worden ze vaak getekend in de vorm van een ‘genderkoek’. Die ziet er zo uit:

 

 

 

Genderidentiteit: (Eerder) mannelijk, (eerder) vrouwelijk, beide of geen van beide

Genderexpressie: (Eerder) mannelijk, (eerder) vrouwelijk, beide of geen van beide

Geslacht: Man, vrouw of intersekse

Aantrekking: Homo, lesbisch, biseksueel, panseksueel en aseksueel 

 

Door het onderscheid te maken, kunnen we gendervariante / transgenderpersonen beter begrijpen. Dat thema behandelen we in het volgende blokje.